Opinie

Nederlanders geloven in hun overheid

maandag 1 februari 2010

Nederlanders geloven in hun overheid… zoals ze ooit in God geloofden: een instantie die alles weet, overal voor zorgt, nooit fouten maakt en overal rekening mee houdt. Hier achter gaat een geloof schuil in een rationele, kenbare, éénduidige waarheid. Welbeschouwd maakt het niet eens zo veel uit, als je het één-waarheidsgeloof een keer aanhangt welk medium je kiest, een God, een paus, een koning of, als je dan atheïstisch en republikeins geworden bent, een abstracte overheid. In alle gevallen bestaat er dat vertrouwen dat op al je problemen uiteindelijk een oplossing gevonden zal worden, gevonden hóórt te worden en dat die oplossing komt uit centraal gezag, coördinatie, regels en het zoeken naar de ene waarheid.

Verwend

Misschien moet ik eerst benadrukken hoe gelukkig wij eigenlijk zijn dat wij überhaupt in onze overheid kunnen geloven. De meeste wereldburgers lachen ons vierkant in ons gezicht uit als ze horen hoe dat er bij ons aan toe gaat. Die weten allang dat een overheid ook corrupt of onderdrukkend kan zijn, dat een overheid belastinggeld kan verspillen, grote projecten kan laten mislukken, de rechten van burgers met voeten kan treden. Die weten dat democratie, vrijheid van meningsuiting en een open markt weliswaar helpen bij het creëren van rechtvaardige verhoudingen maar zeker geen garantie zijn.

Nederland is de afgelopen halve eeuw gelukkig geweest. De wederopbouw is geleid door een generatie van nuchtere doeners die in de eerste plaats keken naar het landsbelang. Opgevoed in een Calvinistische moraal stelden we ons eigen belang niet voorop. Als jouw collega met de grote mond werd gepromoveerd tot afdelingschef en jij niet dan accepteerde je dat omdat hij daar kennelijk betere capaciteiten voor had. Bovendien was het nog niet zo druk aan de top, er waren genoeg andere leuke baantjes waar je ook status aan kon ontlenen.

Gewone mensen

Ons geloof in de overheid brengt met zich mee dat deze overheid op de een of andere manier twee gezichten heeft. Er is een buitenkant en die is volmaakt, dat is de overheid die over ons regeert. Dat is de overheid die geen fouten maakt en het altijd bij het rechte eind heeft.

Maar er is ook een binnenkant. De overheid wordt namelijk gevormd door gewone mensen met gewone mensenwensen en gewone mensenstreken. De overheid bestaat uit ministers, wethouders, ambtenaren, parlementariërs, loketbeambten, directeuren van dienst, noem maar op. Al die gewone mensen zijn gewoon feilbaar, maken weleens een vergissing, zien weleens iets over het hoofd, halen weleens een rattenstreek uit om een collega te slim af te zijn. Net als alle mensen verlangen ook deze mensen naar een zorgzame overheid die op ze past, die ze ruimte geeft om voor hun carrière te vechten en vergevend is als ze een keer een fout maken.

En ja, die twee beelden zijn strijdig met elkaar.

Bestuurlijke drukte

Toch beginnen in deze glimmende façade scheuren te komen en nergens zijn die scheuren zo duidelijk als bij de grote openbaar vervoer projecten. Op de HSL rijdt, jaren na de geplande oplevering, nog steeds niet de beoogde dienstregeling. De kosten van de Noord-Zuidmetro in Amsterdam lopen gierend uit de hand. En de OV-chipkaart, die ook allang ingevoerd had zullen zijn, blijkt ineens allerlei dingen te doen waar we totaal niet op gerekend hadden.

Als we gaan inzoomen op die projecten dan treffen we allang niet meer de nuchtere, onzelfzuchtige, Calvinistische bestuurders aan die zo mooi overeen komen met ons zelfbeeld. We treffen een enorme bestuurlijke drukte aan. Laten we eerlijk zijn, het zijn leuke projecten, inhoudelijk leuk, status, aandacht, lekker hoge budgetten. Alle voorbereidingskosten worden – no questions asked – keurig door de overheid vergoed. Er zijn veel partijen die zich hier graag mee bezig willen houden.

Als we nog verder inzoomen dan blijkt dat alle partijen op alle niveaus met een mengeling van eigen belang en algemeen belang deelnemen. Mensen werken vanuit loyaliteit, vanuit ideaal of plichtsbesef maar ook vanuit ambitie of berekening. Organisaties werken omdat ze een bepaalde rol of functie moeten invullen maar ook omdat ze hun invloed willen vergroten. Ja, er zijn ratten en er zijn witte raven, maar er zijn vooral veel grijstinten. Het is meestal onmogelijk één partij aan te wijzen die er voor zorgt dat het de goede of verkeerde kant op gaat.

Maar wat er wel gebeurt is dat de partijen elkaar klem zetten. Goede oplossingen kunnen geblokkeerd worden doordat ze qua belangen verkeerd uitpakken. Door de drukte zijn de partijen gedwongen het grootste deel van hun aandacht aan elkaar te besteden, er blijft navenant minder aandacht over om het project tot een goed einde te brengen.

Een relatie onderhouden

Er zijn mensen die zeggen dat we de situatie kunnen verbeteren door meer of betere regels. Er zouden bijvoorbeeld betere regels moeten komen om de privacy van burgers ten opzichte van de overheid te beschermen. Die regels kunnen zinvol zijn maar het is een benadering die geen afstand neemt van het fundamentele één-waarheidsgeloof en de principiële onaantastbaarheid van de overheid. Het beeld van de abstractie, niet kenbare, alwetende en onfeilbare overheid blijft bestaan. Het is dat beeld dat de overheid macht geeft en de burgers kwetsbaar maakt.

Een andere benadering is dat we de feilbaarheid van de overheid leren aanvaarden en als tegenprestatie verwachten dat diezelfde overheid wel zichtbaar en aanspreekbaar is. We richten als het ware het licht op onze ondervragers en zeggen: “Maar wie ben jij eigenlijk?” Of, in nog andere bewoordingen, het betekent dat wij relaties leren onderhouden met onze overheden, volwassen relaties waarbij in beide richtingen sprake is van respect en verantwoording. We creëren evenwicht waarbij geen van de partijen onfeilbaar hoeft te zijn, maar waarbij het falen van de een ook niet rücksichtlos op de ander afgewenteld kan worden.

Het lijkt zo simpel, een relatie begint er mee dat je weet met wie je eigenlijk een relatie hebt. De realiteit is dat de overheid een OV-chipkaart probeert in te voeren waarmee ze het naadje van de kous van iedere burger te weten kan komen terwijl diezelfde burger zich op een kwaad moment realiseert dat hij helemaal geen antwoord heeft op de vraag “Van wie is de OV-chipkaart eigenlijk?

Vraag

Reageer