Na een decennium in de 21ste eeuw geleefd te hebben is Nederland nog altijd door en door een land van de 20ste eeuw. De Nederlandse identiteit ligt diep besloten in het modernisme dat haar hoogtepunt beleefde tijdens de wederopbouwperiode. Als je er over nadenkt is dat niet zo gek, het modernisme sluit nauw aan bij het traditionele Nederlandse Calvinistische geloof, het geloof dat zegt dat de wereld besloten ligt in één waarheid dat door eindeloos redeneren moet worden verkregen. Er is niet zo veel verschil tussen de saaie rechtlijnige modernistische vormgeving waar het Nederlandse landschap de afgelopen eeuw mee platgewalst is en de belerende rechtlijnige donderpreken die ooit van de Calvinistische kansel klonken. Beide doen een ultieme maar uiteindelijk machteloze poging om het leven in al haar schakeringen en complexiteit terug te brengen tot één simpele waarheid.
Een modernistisch Utopia. Meer nog dan Johannes Calvijn was het misschien wel het gedachtengoed van René Descartes dat hiervoor de blauwdrukken leverde: rationeel, helder, éénduidig. De puinhopen van de tweede wereldoorlog in combinatie met de enorme vooruitgang in wetenschap en techniek maakte het mogelijk deze utopie te realiseren en, ergens tussen 1985 en 1990, is besloten dat Nederland ‘af’ was, de utopie was bereikt de definitieve toestand ingetreden. Dat was net toen Generatie X, waar ik deel van uitmaak, bezig was met het afronden van haar opleiding. We konden niets fout doen, in een utopie gaat immers alles goed inclusief het verloop van onze carrières. Tegelijk konden we niets goed doen, alles was er al, er viel niets meer te maken, niets meer op te bouwen, niets meer te presteren. Natuurlijk waren er de jaren van dansen op de vulkaan maar wat na verloop van tijd toch overblijft is de bitterheid en vervreemding van leven in een wereld waar je nooit een eigen stempel op hebt kunnen zetten.
Ik ben Nederlander, dit is de setting waarin ik ben opgegroeid en ik worstel er mee. Ik worstel met de wezenloosheid, de leegheid, de eenzaamheid die deze cultuur oplevert. Misschien moet ik zeggen dat ik er niet uit ben maar mijn vermoeden gaat steeds meer die kant op dat die eenzaamheid besloten ligt in de diepste wortels van onze cultuur, in het zeventiende eeuwse rationalisme, in het zoeken naar één waarheid.
De verafgoding van “één waarheid” maakt dat wij angstig zijn voor interactie. De visie van een ander zou onze eigen waarheid op de proef kunnen stellen en ons geloof maakt dat wij dat als een vernedering ervaren. Als verdediging stellen wij ons met dédain op, maskeren onze onzekerheid met het rotsvaste vertrouwen dat onze eigen waarheid de enige echte waarheid is en snuiven om de kleine vergissingen van de ander om zo onszelf er van te overtuigen dat de waarheid van de ander minderwaardig is. Dat is hoe wij ons voor de ander afsluiten.
Het mechanisme is er altijd al geweest, alleen het viel niet zo op omdat wij nu eenmaal in kleine gemeenschappen woonden waar we elkaar nodig hadden en, al was het met tegenzin, een basale relatie met elkaar moesten onderhouden en het dédain en het snuiven dan maar voor lief moesten nemen. We hadden de auto’s, de snelwegen en de voorsteden nog niet die het mogelijk maakten fysiek uit elkaar te trekken.
Maar er is hoop, uit onverwachte hoek. Als je naar moderne technologie, moderne media kijkt dan zie je dat hierin juist met interactie wordt geëxperimenteerd. Ook in de technologie blijkt het “éénwaarheidsdenken” een doodlopend spoor. Het internet is revolutionair omdat het niet de hiërarchie maar het web als basis denkmodel hanteert. Het is een denkwijze die nieuwe wegen opent, er gebeurt van alles, niemand weet nog precies hoe het werkt, er ligt een wereld open om te ontginnen.
Barack Obama gebruikte als eerste effectief de nieuwe media om een verkiezingscampagne mee te voeren. Hij was in staat de nieuwe mogelijkheden te zien voor wat ze zijn, niet een glimmende maar onbegrepen gimmick, maar effectief gereedschap om veel oudere maar verwaarloosde principes mee te ondersteunen. Hij gebruikte het als een gereedschap om mensen bij hun omgeving te betrekken en gemeenschappen te vormen. Hij begreep dat de webarchitectuur juist fundamenteel aansluit bij de natuurlijke menselijke behoefte aan gemeenschappelijkheid en verbondenheid.
De Nederlandse gevestigde orde is bang voor deze ontwikkeling. Ze vinden informatica glibberig en beoordelen de nieuwe technische mogelijkheden als oppervlakkig. Natuurlijk is elke gevestigde orde voor behoud. Maar ik vermoed dat ook een culturele component meespeelt, dat het diepgewortelde éénwaarheidsdenken diep conflicteert met de interactie die de nieuwe technologie kenmerkt. En daarmee dat dezelfde cultuur die het Nederland ooit mogelijk maakte zo snel en diep het modernisme te omarmen nu een belemmering vormt om van de twintigste naar de éénentwintigste eeuw te gaan.
In haar jaarlijkse kerstboodschap hield Hare Majesteit een warm pleidooi voor naastenliefde en gemeenschapszin. Ik kan het van harte met haar eens zijn. Vervolgens wees zij met een beschuldigende vinger naar de nieuwe media die “echt” menselijk contact in de weg staan. Ik zie dat anders en denk dat zij daarmee eerder een spreekbuis vormt van de angsten van de gevestigde orde dan een oplossing aan te dragen voor het maar al te aanwezige probleem.
Ik zal ook in 2010 doorgaan met nieuwe technologie, niet om interactie uit de weg te gaan maar juist om er naar op zoek te gaan. En wellicht kan ik daarmee een kleine bijdrage leveren aan datgene wat Generatie X al in de jaren ’90 had moeten doen: het respectvol doorverwijzen van de gevestigde orde naar de Schappen der Geschiedenis en het drukken van een eigen stempel op een permanent veranderende maatschappij.

Mooi geschreven!
Ik kom hier via NRC-Discussie. Aldaar kunt U lezen dat naar mijn mening Beatrix zich niet gekeerd heeft tegen Internet enz maar tegen het te veel gebruiken daarvan en teveel vertrouwen erop.
Ik poste op NRC-Discussie dat ik het met die zienswijze eens kan zijn onder verwijzing naar Aristoteles die ook steeds gewaarschuwd heeft tegen ” unosoon” aanwenden van wat dan ook. Ook tegen het teveel vertrouwen op ratio etc.