Algemeen

Spirituele techniek

zondag 3 februari 2008

Techniek is een materialistische wetenschap. Techniek gaat letterlijk over het bewerken van materialen, over het vormgeven van materialen, over het combineren van materialen zodat iets nieuws ontstaat. Het gaat over hoe je van klei bakstenen kunt bakken en van bakstenen een huis kunt bouwen, over hoe je uit een boomstronk radertjes kunt zagen en met die radertjes een klok in elkaar kunt zetten.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ingenieurs materialistische types zijn: laarzen letterlijk en figuurlijk stevig in de klei, concrete gedachten, goed ruimtelijk inzicht. Maar kom niet aan met spiritualiteit, het gilde van roedewichelaars, Tarotkaartlezers en theebladkijkers kan op hoon rekenen. Hoon en diepe minachting.

Althans, dat is hoe we gewend zijn dat het is, want er is iets geks aan de hand.

Computers zijn een van de meest technische apparaten van onze tijd. Computers dringen door in alles wat techniek is, zoals eerst het raderwerk en naderhand de elektromotor in alles wat techniek is doordrong. Computers zijn techniek. En natuurlijk zijn computers opgetrokken uit materie: koperdraadjes die siliciumschijfjes verbinden, omhuld door een stalen kast.

Computers worden inderdaad gemaakt door ingenieurs, inclusief de spreekwoordelijke “laarzen in de klei” mentaliteit. Bill Gates is een mooi voorbeeld van hoe we ons een techneut in de computersector moeten voorstellen. We kennen hem, we kennen zijn manier van denken en we weten dat dat een benadering is die op de computersector past. Technisch, concreet, materialistisch.

Maar dan is er die andere computerbaas: Steve Jobs. Die ging op zijn vijfentwintigste in vodden op bedevaart naar India en liet zich in het Zen-Boedhisme onderrichten. Jobs is een ordinaire zweverige jaren zeventig hippie, niks geen laarzen in de klei. Maar hoe kan Jobs dan leiding geven aan een van de meest innovatieve techniek bedrijven en nog succesvol zijn ook? Daar klopt iets niet.

Een van de mooiste uitdrukkingen van Jobs vind ik “in the cloud” als aanduiding waar gegevens zich bevinden.

In de oude, materialistische, techniek kennen gegevens een gegevensdrager. Muziek staat op een plaat, casette of CD. Aan de gegevensdrager kan vervolgens waarde worden toegekend en deze kan verkocht worden in de winkel. In de ogen van de muziekindustrie verkoopt de muziekwinkel dus materie, plaatjes en cassettes die je vast kunt houden. Als de consument muziek kopieert is dat niet alleen in overtreding met de copyrights maar ook met het materie paradigma.

Ander voorbeeld: als je een GSM telefoon koopt zit daar een telefoonboek op zodat de telefoon veel gebruikte nummers kan onthouden. Dat zie je dus als gekoppeld aan je telefoon, wat iets heel anders is dan de telefoonnummers die je in je agenda opschrijft en die – dus -  in je agenda staan.

Wat dan als gegevens “in the cloud” staan, ze staan niet letterlijk in de wolken. Je zou het kunnen vertalen met “op het internet”. Met andere woorden, de gegevens staan op een computerserver ergens in een datacentrum waar je via het internet mee verbonden bent. Dus de gegevens staan nog steeds op een gegevensdrager van harde materie die, ook al zul je hem nooit zien of vasthouden, er wel degelijk is.

Maar die interpretatie drukt toch niet helemaal de goede nuance van “in the cloud” uit. Dat wil ook zoiets zeggen dat het niet uitmaakt wáár ze staan. Dat de logische organisatie van de gegevens belangrijker is geworden dan de materiële huisvesting. Dat je kijkt naar toegangsrechten en het up to date houden van gegevens en dat de techniek dan wel zorgt dat ze beschikbaar zijn als je ze nodig hebt. Het drukt een perspectiefwisseling uit, dat je naar gegevens kunt kijken niet meer vanuit een materieel perspectief maar vanuit…

Tja, ik zou bijna zeggen: “Vanuit een spiritueel perspectief.”

Reageer